Als illustrator krijg ik vaak de vraag: “Waar haal jij je inspiratie vandaan?” Alsof het een soort magisch moment is dat je ineens raakt, als een bliksemschicht uit de lucht. Begrijp me niet verkeerd, die momenten bestaan. Maar eerlijk? Ze zijn zeldzaam. En als je daarop blijft wachten, gebeurt er vaak helemaal niets.
Voor mij zit inspiratie overal. In kunst en boeken natuurlijk, die blijven een onuitputtelijke bron. De manier waarop een verhaal wordt verteld, een kleurgebruik, een stijl die je raakt… dat zijn momenten waarop iets begint te borrelen. Maar minstens zo belangrijk zijn de momenten daarbuiten.
Een wandeling bijvoorbeeld. Even weg van het scherm, je hoofd leegmaken. Juist dan ontstaan er ideeën. Niet omdat je ernaar zoekt, maar omdat je ruimte maakt. Hetzelfde geldt voor de kleine, alledaagse dingen: het rijden naar de hobby’s van de kinderen, een gesprek dat je opvangt, of gewoon een rondje door de supermarkt. Het leven zelf zit vol inspiratie, je moet het alleen willen zien.
Wat veel mensen denken, is dat inspiratie iets is wat je moet voelen voordat je begint. Maar ik geloof juist het tegenovergestelde. Je hoeft niet te wachten tot inspiratie je vindt. Begin gewoon. Ga zitten, pak je pen of tablet en maak iets. Alles is goed. Serieus.
Want hier komt het geheim: inspiratie ontstaat vaak tijdens het maken.
Niet elk werk hoeft geweldig te zijn. Sterker nog, dat is het meestal niet. En dat is oké. Creativiteit is geen constante stroom van briljante ideeën, maar een proces van proberen, falen, aanpassen en doorgaan. Natuurlijk zijn er momenten waarop je in een flow zit en alles lijkt te kloppen, die zijn fantastisch. Maar ze komen juist vaker als je blijft creëren, ook als het even tegenzit.
Dus in plaats van te wachten op inspiratie, nodig ik je uit om het om te draaien: maak eerst, voel later. Laat het imperfect zijn. Laat het groeien.
Want uiteindelijk is inspiratie geen beginpunt, het is een gevolg.
En misschien vind je het wel gewoon… onderweg.