Een illustratie begint bij mij nooit op één vaste plek. Soms pak ik een vel A4-printerpapier dat toevallig op mijn bureau ligt, andere keren start ik direct in Procreate. Dat is ongeveer fifty-fifty. Wat wél altijd hetzelfde is: het begint met een snelle, eerste versie van het idee.
Op papier werk ik net zo fijn als digitaal, en soms is het juist prettig om even geen scherm voor me te hebben. Ik zet al snel een schets neer waarin de compositie en vormen duidelijk worden. Niet tot in detail uitgewerkt, maar wel genoeg om te voelen waar het beeld naartoe moet. Ik blijf in die fase niet eindeloos zoeken als het klopt, merk ik dat meestal meteen.
Wanneer de schets op papier ontstaat, maak ik er een foto van en breng ik die over naar Procreate. Daar gebruik ik hem als onderlaag. Ik maak hem lichter, zodat hij alleen nog richting geeft en niet langer het beeld bepaalt.
Net zo vaak begin ik meteen digitaal. Dan sla ik het papier over en werk ik direct in Procreate, maar met precies dezelfde aanpak: eerst een heldere digitale schets, daarna pas uitwerken. Het medium verandert, maar de manier van denken blijft gelijk.
In beide gevallen begin ik daarna opnieuw met inktlijnen. De schets mag nog doorschemeren, maar de inktlijnen bepalen uiteindelijk wat blijft staan.
Tijdens het tekenen verschuiven er soms kleine dingen. Een vorm die sterker kan, een lijn die rustiger mag lopen. Maar de richting staat al vast. Het gaat niet meer om ontdekken, maar om verfijnen.
Daarna neem ik afstand en kijk ik naar het geheel. Blijft het beeld overeind zonder kleur? Hebben de vormen genoeg kracht om het idee te dragen zonder extra uitleg? Dat is een stille, maar belangrijke check voordat ik verder ga.
De stap naar kleur houd ik bewust eenvoudig. Ik begin met flat colors: grote vlakken zonder schaduw. Voor mij gaat het dan nog niet om hoe het eruitziet als eindbeeld, maar om te voelen hoe alles zich tot elkaar verhoudt. Vaak merk ik in deze fase al snel of de illustratie klopt, of dat er nog iets moet worden aangepast. Het vinden van de juiste kleuren komt daarbij niet altijd vanzelf.
Als dat klopt, ga ik verder. Met schaduw en licht probeer ik de illustratie meer diepte te geven. Wat eerst plat was, begint diepte te krijgen. Het beeld blijft hetzelfde, maar voelt ineens anders aan.
Ik werk altijd in lagen, omdat dat me de ruimte geeft om te schuiven. Niet om opnieuw te beginnen, maar het geeft de ruimte om te spelen met kleuren.
Soms voeg ik nog kleine details toe. Een textuur, een subtiel effect, iets dat de sfeer versterkt zonder dat het op de voorgrond komt. Maar dat is nooit een vaste stap. Vaak is het beeld al af voordat ik daaraan denk.
Hieronder dan het eindresultaat van deze verliefde MAC: