Kleurplaten zijn geen invulplaatjes
De eerste kleurplaat die ik maakte was voor mijn kinderen. Niet omdat ik bewust bezig was met het maken van kleurplaten, maar omdat ik de bestaande kleurplaten die je vaak tegenkomt eigenlijk niet zo goed vind. Ze voelen vaak een beetje willekeurig. Alsof er losse tekeningen bij elkaar zijn gezet zonder dat er echt over is nagedacht.
Voor mij moet een kleurplaat meer zijn dan dat.
Het moet in de eerste plaats een goede illustratie zijn. En pas daarna iets wat je kunt inkleuren.
Wat mij vaak opvalt aan standaard kleurplaten is dat er niet echt iets gebeurt. Het zijn losse figuren of objecten die naast elkaar staan. Een dier, een huis, een boom. Alles is aanwezig, maar er zit geen echt moment in. Geen verhaal.
Ik werk anders.
Bij mij begint een kleurplaat altijd met een situatie. Er moet iets gebeuren op de pagina. Een moment dat je meteen begrijpt, zonder uitleg.
Zoals een robot met een regenwormpje, met daarachter een overbezorgde moeder die helemaal boos wordt. Of een slang die op een skateboard aan het grinden is. Dat zijn geen losse figuren, maar scènes.
Het gaat mij niet om wat er allemaal in beeld staat, maar om wat er gebeurt.
Daarom werk ik meestal ook met één duidelijke scène. Ik haal extra personages vaak weg. Niet omdat ik interactie niet interessant vind, maar omdat het al snel druk wordt en de boodschap dan minder duidelijk wordt.
De illustratie zelf moet het werk doen.
Bij het ontwerpen kijk ik daarom altijd naar de balans tussen rust en detail. Te veel detail maakt een kleurplaat onrustig. Te weinig maakt hem saai. Die balans is voor mij belangrijk om ervoor te zorgen dat iemand er fijn in kan kleuren.
Ik kijk ook naar het silhouet, maar dat is niet altijd leidend. Belangrijker is of je de scène nog begrijpt als je een deel van de details wegdenkt. Als dat niet zo is, klopt de opbouw nog niet helemaal.
Wat mijn werk misschien anders maakt, is dat de scènes vaak dingen laten zien die je niet zo snel in het dagelijks leven tegenkomt. Een skateboardende slang is geen standaard beeld. En een robot met een overbezorgde ouder ook niet.
Dat betekent dat je niet leunt op herkenning, maar op wat er in het moment gebeurt. De houding, de actie en de interactie moeten het verhaal vertellen.
De humor zit dus niet in iets wat je al kent, maar in de situatie zelf.
Tegelijk moet een kleurplaat ook prettig blijven om naar te kijken terwijl je ermee bezig bent. Je kijkt er niet één keer naar en je bent klaar. Je blijft er steeds naar terugkijken terwijl je kleurt. Daarom moet er genoeg detail in zitten om iets te ontdekken, maar niet zoveel dat het druk wordt.
Dat is precies waar ik steeds tussen probeer te blijven.
Uiteindelijk maak ik dus geen invulplaatjes. Ik maak illustraties van een moment. Een scène die al iets vertelt voordat er kleur in zit. En die pas echt af wordt door degene die hem inkleurt.
Ook heb ik af en toe verzoekjes, meestal van kinderen van vrienden of tijdens tekenlessen op de basisschool. In vakanties gebeurde het ook vaak dat er werd gevraagd: “Papa, kan je deze kleurplaat van Link van Zelda natekenen zodat ik hem kan inkleuren?” Dat heb ik in veel zomervakanties gedaan. Dan zat ik weer iets na te tekenen zodat er tijdens de vakantie iets was om in te kleuren. Altijd handig als er geen printer in de buurt is.
Dan maak ik bijvoorbeeld Stitch of Buzz, maar altijd wel op mijn eigen manier. Niet als kopie, maar alsof ze in mijn wereld terechtkomen.
Dat is leuk om te doen, vooral omdat kinderen daar heel direct op reageren.
Toch merk ik dat mijn voorkeur ergens anders ligt. Ik vind het het leukst als het idee echt van mijzelf komt. Dat ik begin met een losse gedachte, een situatie of een grap, en dat daar dan een kleurplaat uit ontstaat. Dat voelt voor mij het meest natuurlijk.
Wil je mijn kleurplaten bekijken of zelf aan de slag gaan, dan kun je ze hier gratis downloaden: